Als ik vanmorgen wat boodschappen doe op het Bruïneplein, kom ik hem tegen. Een oude man in een oud jasje. Op zijn hoofd staat een versleten ribfluwelen hoedje. Onder zijn broek, die net wat te kort is, draagt hij ouderwetse klompen en geitenwollen sokken. Zijn gezicht is vriendelijk en vrolijk. Alleen zijn verschijning vertelt al een heel verhaal.

We komen haast tegelijk de Aldi uit en stapelen onze boodschappen op de fiets. De oude man zet zijn spullen in een draadmandje dat hij onder zijn snelbinders vastmaakt. Een pot bonen, twee pakjes margarine. Bij elkaar niet veel. ‘Zo’, zeg ik om een praatje aan te knopen, ‘wij kunnen weer even vooruit.’ De man wijst op zijn mandje en zegt: ‘Hier kan ik een hele week mee doen!’ Hij heeft niet veel boodschappen nodig, legt hij uit, want achter zijn huisje heeft hij een stuk grond waar hij zijn eigen sla, bonen, andijvie en rode bieten verbouwt. Ik heb er direct een beeld bij. Veel huisjes in het Franse Gat zijn piepklein, maar de tuinen zijn enorm. Ik zie de man op zijn klompen door de moestuin scharrelen. Ik vertel hem over mijn opa die vroeger ook een moestuintje had, achter het huis van tante Ger op de Keucheniusstraat. Mijn opa zaaide daar niet alleen groenten, maar ook siererwtjes, want die bloemetjes roken zo lekker. De man lacht de tanden die hij nog heeft vrolijk bloot: ‘Siererwtjes heb ik niet, want die kan je niet eten!’ Ik vraag hem of hij alleen woont en die vraag vat hij op als uitnodiging om zijn levensverhaal te vertellen. Ik heb het hart niet hem te onderbreken. Toen hij vier was kwam hij in Veenendaal wonen, want zijn vader kreeg een baan bij de Ritmeester. Zelf was de man zijn werkzame leven dakdekker. Hij vertelt uitgebreid over de periode dat hij in de kost zat, in een dorp achter Zwolle. Daar repareerde hij het dak van de hervormde kerk. Zijn mimiek is levendig, maar de man praat een beetje binnensmonds en ik moet me concentreren om zijn verhaal te volgen. Zijn gezicht betrekt als hij vertelt over zijn dochter die stierf toen ze vijftig was. Hij praat liefdevol over zijn ouders, zijn vrouw, zijn verleden. Als ik de oude man gedag zeg, neem ik een aantal wijze lessen van hem mee. Wees goed voor de mensen om je heen, dan zijn ze ook goed voor jou. Bewaak je grenzen, blijf bij jezelf. En wees vriendelijk voor wie je tegenkomt. Het is deze man gelukt om niet te verzuren, terwijl hij heel wat geliefden heeft verloren. Ik vind dat knap. Ik ben dol op het Bruïneplein. De sfeer van het oude Veenendaal is altijd tussen de hoge platanen blijven hangen. Een prachtig decor voor het verhaal van deze oude, vrolijke man. Misschien kom ik ‘m nog eens tegen. Voor dat geval stop ik een zakje siererwtenzaad in mijn tas. Siererwtjes ruiken zó lekker naar vroeger…