Een kunstwerk dat deze tijd markeert, de onderlinge verbondenheid visualiseert en houvast en hoop geeft voor de toekomst. Wij zijn allen geraakt door het Coronavirus, de pandemie. Een ingrijpende bizarre tijd in de geschiedenis. Het gemis van contact en ontmoeting, de ziekte en soms de erge gevolgen hiervan. Maar ook door, zelfs als we het bestaan van het virus niet onderkennen, ingrijpende maatregelen en regelgeving, van quarantaine en mondkapjes, reisverbod, avondklok, en afstand.
De afstand, waarbij de ander ineens tot onveilig werd. Een bezoek en zeker knuffel niet meer mogelijk, een omhelzing of gewoon een symbolisch gebaar als van een warme hand, veranderde in symbool van gevaar. Voor zoiets vanzelfsprekends als het geven van een hand, kwam ook nooit echt een goed alternatief. Van ongemakkelijke handloze begroetingen, tot het te joviale geboks. Het symbool van het gebaar van de hand is niet zo makkelijk vervangbaar. Deze begroeting van handen werd uitgangspunt voor dit monument. Waarbij de leegte en het gemis van de handen de twee uiterste delen beslaat. Ver uit elkaar en met lege handen. Symbolisch ook tegenover elkaar. Dit beeld is daarom een herinnering aan deze periode van afstand, in welke vorm dan ook, waarmee het erkend en onderstreept wat deze periode ons heeft gedaan en soms nog doet.
Waarbij in onze samenleving de polarisatie steeds sterker wordt en duidelijk merkbaar op meerdere gebieden en in allerlei lagen van politiek en bevolking, geeft vanuit deze herinnering en dit besef het monument ook hoop en richting aan. Dat we elkaar nodig hebben, is evident. Het monument verbeeldt onze hoop, dat we elkaar als samenleving nodig hebben, wat zo duidelijk merkbaar is geworden. Dus laten we elkaar dan ook altijd blijven zoeken en vinden in het midden. Daarin ligt onze verbinding en onze hoop. Wij slaan de handen symbolisch ineen om te laten zien dat we als mensen met elkaar in verbinding staan en niet alleen zijn.
Bron: linette.nl